Al voor het vierde jaar op rij gaan 12-jarige kinderen geconfronteerd worden met de grootste teleurstelling uit hun leven. En dat omdat de volwassenen niet in staat zijn te voldoen aan de vraag van deze kinderen naar goede scholen met voldoende plek. Eerst worden ze met open dagen gelokt naar een prachtige toekomst, vervolgens worden ze ijskoud uitgeloot. Dit scenario staat ruim 160 kinderen te wachten in onze regio.
Hageveld
Heemstede kent maar één middelbare school. Die school staat bekend om zijn kwaliteit en weet al jarenlang onze jeugd – volgens mijn bescheiden mening – uitstekend op te leiden. Maar ook hier zal weer geloot moeten worden. Het zal je kind maar treffen.
Kennis is kracht
De vraag in Heemstede en omliggende gemeenten is duidelijk, er is behoefte aan zowel leraren als leerlingen die uitblinken. Het aanbod van scholen hierin is te beperkt. De gemeente Haarlem gaat nu onderzoeken of een tweede categoraal gymnasium tot de mogelijkheden behoort. In Heemstede staat dit echter niet op de agenda. Maar waarom?
Kansen voor Heemstede
Er doet zich voor Heemstede een unieke kans voor. We zoeken naar initiatieven om vergrijzing tegen te gaan, en het dorp aantrekkelijker te maken, ook voor starters en nieuwkomers. Concurreren met grote steden op winkelaanbod zal in kwantitatieve zin nooit lukken. Maar Heemstede wil zich doorgaans wel onderscheiden als het gaat om kwaliteit. En met investeren in kennis, doe je dat dubbelop.
Ja, maar…
De meeste mensen reageren op een idee met een zin die begint met “Ja, maar…”.
Ja, maar hoe gaan we dat betalen?
Ja, maar op welke plek moet Heemstede zo’n gymnasium dan neerzetten?
Om met die laatste maar eens te beginnen, ik weet wel wat locaties. De Houthof-locatie is misschien wat te dicht bij het Coornhert Lyceum. Het terrein van NOVA-college doet al schools aan, maar daar zijn de plannen al redelijk ver gevorderd. Zou het dan niet iets zijn voor onze Havendreef? Een betere maatschappelijke functie kan ik me daar eigenlijk niet voorstellen.
U mag reageren op dit blog, onder de voorwaarde dat u niet begint met “ja, maar…”
