Blazen voor boetes

23 september, 2009 door Bram

Guusje ter Horst heeft weer eens te diep in het proefballonnetje geblazen. Haar lumineuze idee: een blaastest voor voetgangers. Op deze manier wil kabinet grijs 1 overlast door alcoholmisbruik tegengaan.

Het idee is simpel. In sommige uitgaansgebieden is er sprake van overlast door veelal jongeren die te diep in het glaasje hebben gekeken. Zoals ter Horst weet, kan je vooral aan de geoefende drinker niet altijd zien of hij/zij beschonken is. Een blaastest kan dan soelaas bieden.Het is niet duidelijk welke limiet er zou moeten gelden. Een limiet zoals die geldt voor het besturen van een auto is een praktische drooglegging. Niet echt een oplossing voor het alcoholprobleem, zo hebben we geleerd in de jaren dertig. Maar waar zou de limiet dan wel moeten liggen? Een hoger alcoholpromillage voorspelt betrouwbaar een hogere reactietijd, maar zo simpel ligt het niet voor gedrag. Er zijn inderdaad mensen die na enkele biertjes veranderen in aggressieve eikels, maar anderen worden alleen een beetje vrolijker. Als preventieve maatregel is de blaastest voor voetgangers dus weinig zinvol.

Daarnaast is me niet echt helder wat de toegevoegde waarde van de maatregel is. Als iemand overlast veroorzaakt, dan biedt de wet nu al voldoende houvast om op te treden. Het is mogelijk om iemand op te pakken voor openbare geweldpleging, het veroorzaken van overlast en openbare dronkenschap. Wil ter Horst de mogelijkheid hebben om rustige, niet zichtbaar aangeschoten mensen die geen overlast veroorzaken op te pakken vanwege de theoretische mogelijkheid dat deze mensen laten overlast zouden kunnen veroorzaken?

Zoals wel vaker verwart de PvdA symptoombestrijding met het oplossen van een probleem. In de praktijk zal deze maatregel gaan werken als boeteverdubbelaar, net als de identificatieplicht. En daar worden de Nederlandse straten echt niet veiliger van.

Zet Fokke op Vijf

19 september, 2009 door Bram

In 2000 ben ik in Utrecht komen wonen en in 2004 ben ik lid geworden van D66. Beide keuzes waren zeer bewust en van beide keuzes heb ik nog nooit spijt gehad. Ik voel me thuis bij het streven van D66 om iedereen de mogelijkheid te bieden zijn/haar leven naar eigen inzicht in te richten. En ik voel me ook thuis in Utrecht, waar zoveel verschillende mensen dat op zoveel verschillende manieren doen.

Ik vraag aan u de kans om D66 Utrecht te vertegenwoordigen in de gemeenteraad, en wel om drie redenen:

• Ik heb laten zien in de politiek dingen voor elkaar te krijgen. Als campagnecoördinator van de Europese verkiezingen, waarbij D66 in Utrecht de grootste partij werd, heb ik bijvoorbeeld laten zien mensen bij elkaar te kunnen brengen om een fantastisch resultaat te behalen.

• Ik ga ervoor, ook als het moeilijk wordt. Ook toen D66 op 0 zetels in de peiling stond heb ik me ingezet voor de verkiezingscampagne. Ik heb afgesproken met mijn werkgever dat als ik verkozen word ik minder zal gaan werken om het raadslidmaatschap de tijd te geven die het verdient.

• Inhoudelijk breng ik ervaring mee op het gebied van ICT. Er liggen op dat vlak enorme kansen om de gemeentepolitiek transparanter te maken, en dichter bij de burger te brengen. En dat is nou precies wat het Utrechtse gemeentebestuur nodig heeft.

Daarom vraag ik u:

Zet Fokke op Vijf!

Hello world!

15 september, 2009 door Bram

Zeer binnenkort komt hier het weblog van Bram Fokke.

EPD ja of nee – hoezo keuzevrijheid?

7 april, 2009 door Bram

Hoewel de ontwikkeling van het landelijk Electronisch Patiënten Dossier al jaren aan de gang is, begint het onderwerp pas de laatste tijd politieke relevantie te krijgen. Terecht maken patiënten zich zorgen over of hun gegevens in goede handen zijn. Inmiddels hebben er al bijna 200.000 mensen bezwaar gemaakt tegen deelname aan het EPD. Als signaal is het begrijpelijk, maar ook aan zo’n bezwaar kleven bezwaren.

Om te beginnen wordt met het bezwaarsysteem de indruk gewekt dat er door bezwaar te maken geen zorginformatie over de patiënt meer zal worden uitgewisseld. Dat is niet het geval. Er bestaan al jaren regionale systemen die allerlei soorten zorginformatie uitwisselen zonder het bezwaarregister te consulteren. Zorgkosten worden digitaal gedeclareerd bij de verzekeraar. Binnen zorginstellingen is enige mate van uitwisseling van gegevens onontbeerlijk voor een kwalitatief hoogwaardige zorg. Maar door schaalvergroting en samenwerkingsverbanden vervagen de grenzen tussen zorginstellingen. Bezwaar of niet, er wordt op grote schaal informatie uitgewisseld. Het bezwaar zorgt er wel voor dat er helemaal geen zorggegevens uitgewisseld worden middels het landelijk EPD. Maar als middel om de eigen privacy te beschermen is een bezwaar niet zaligmakend.

Een ban op uitwisseling is vanuit het oogpunt van kwaliteit van de zorg ook helemaal niet wenselijk. Er zijn tal van scenario’s waarbij het uitwisselen van de gegevens de kwaliteit van de zorg aanzienlijk kan verbeteren. Neem nou de apotheker. Eén van de primaire taken van de apotheker is medicatiebewaking. Dat betekent dat de apotheek er zorg voor moet dragen dat de verschillende medicijnen die een patiënt gebruikt elkaar niet in de weg zitten. Daarnaast kan een patiënt allergisch zijn voor bepaalde stoffen, of contraindicaties hebben waardoor bepaalde medicatie niet gebruikt mag worden. Het is aan de apotheek om te zorgen dat dit allemaal goed gaat. Het is evident dat dit proces gebaat is bij een zekere mate van uitwisseling van gegevens. Als een patiënt zijn medicatie bij een aantal apotheken vandaan haalt (bijvoorbeeld de ziekenhuisapotheek, de apotheek om de hoek en de apotheek naast kantoor), dan moeten deze apothekers wel van elkaar weten wat ze verstrekt hebben. Naar schatting van de KNMP zorgen medicatiefouten voor zo’n 40.000 ziekenhuisopnames per jaar, waarvan de helft vermijdbaar is . Het uitwisselen van informatie biedt dus een enorme kans tot het verbeteren van de kwaliteit zorg en het verminderen van de kosten daarvan.

Aan een bezwaar kleven bezwaren, maar het EPD zoals dat er nu ligt verdient ook geen volmondig ‘ja’. Er is veel te weinig gedaan om de gegevens van de patiënt te beschermen. Om te begrijpen wat er mis is op dit vlak, is het eerst belangrijk om te weten hoe dat precies in zijn werk gaat. Iedere zorgverlener krijgt een zogenaamde UZI-pas. Dit is een persoonlijke pas met pincode, waarmee de zorgverlener zich kan identificeren. Zonder UZI-pas kan er geen informatie opgevraagd worden via het EPD. Niet iedere zorgverlener mag iedere soort informatie opvragen. Momenteel mogen huisartsen huisartsendossiers inzien en apothekers medicatiedossiers. Zorgverzekeraars krijgen geen UZI-passen en kunnen dus ook niet bij het EPD. Dit is a priori de enige barrière die wordt opgeworpen. Iedere huisarts kan dus íeder dossier inzien. In principe mag dat alleen als er sprake is van een behandelrelatie. Maar er is geen enkele manier om deze behandelrelatie automatisch te controleren. Het systeem is dus gebaseerd op het vertrouwen dat de zorgverlener zich gedraagt. Controle achteraf is mooi, maar als informatie eenmaal verspreid is, dan is er geen enkele manier om dat ongedaan te maken.

We hebben in Nederland in bijna niemand zoveel vertrouwen als in onze artsen, apothekers en verplegers . Dat is in principe terecht, want het is grotendeels dankzij de kwaliteit van het personeel dat we ons land hoogwaardige zorg hebben. Maar er zijn 8.000 huisartsen in Nederland met allemaal een of meerdere assistenen. Het kan niet anders dat daar enkele rotte appels tussen zitten. Helaas wijst de geschiedenis uit dat niet iedereen even ethisch met informatie omgaat. Toen voetballer Robin van Persie werd beschuldigd van verkrachting, werd zijn dossier meer dan 200 keer opgevraagd door medewerkers van de politie die geen reden hadden om zijn dossier in te zien.

Hoewel het EPD momenteel nog vrij overzichtelijk is, zal dat de komende tijd veranderen. Waar het nu nog gaat om twee typen dossiers (waarneemdossier huisartsen en electronisch medicatiedossier), wordt er inmiddels gewerkt aan tal van andere dossiers: labbepalingen, radiologie, pathalogische anatomie, fysiotherapie, diabeteszorg et cetera. Voor al deze dossiers zijn er gevallen te bedenken waar et uitwisselen van zorginformatie zinvol kan zijn. Maar met ieder dossier dat er bijkomt, neemt de kans dat ongewenste informatie op de verkeerde plek terecht komt toe.

Als patiënt is het momenteel kiezen tussen twee kwaden. Of je maakt bezwaar, met de kans dat de kwaliteit van de zorg achteruit gaat. Of je maakt geen bezwaar, met de kans dat je gegevens op straat komen te liggen. Het is mogelijk om uit deze impasse te geraken. De beslissing om wel of niet uit te wisselen zou bij de patiënt moeten liggen en wel op het moment dat die uitwisseling plaatsvindt. De zorgverlener zou dan op dat moment moeten uitleggen waarom aanvullende informatie nodig is. Dit maakt het proces inzichtelijk voor de patiënt. Zonder toestemming zou uitwisseling onmogelijk moeten zijn. Dit lijkt omslachtig, maar is in principe niet anders dan met iedere behandeling, die immers ook moet worden overlegd met de patiënt. Een dergelijk systeem is technisch te realiseren en zou kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de zorg, zonder inbreuk te maken op de privacy van de patiënt.

Mazelen

30 september, 2008 door Bram

Sinds juli van dit jaar is er in Utrecht bij 16 kinderen mazelen geconstateerd. Dat is vervelend, want de mazelen zijn zeer besmettelijk, je kan er doof van worden en zelfs aan overlijden. Nou denk je misschien: de mazelen, heb ik daar vroeger geen inenting voor gehad? En dat klopt. Er is gewoon een vaccin beschikbaar. We hebben de mazelen overwonnen. Hoe kan het dan dat dit virus toch de kop opsteekt?

De Utrechtse kinderen waren niet ingeënt om religieuze redenen. Sommigen zien inenting als het negeren van de wil van God. Als de Here immers beslist dat het tijd is dat kleine Regina de mazelen of polio krijgt, dan zal Hij daar een goede reden voor hebben. Door je kind in te enten geef je de Heer als het ware een lange neus en kom je dus niet in de hemel.

Om te beginnen vraag ik me af hoe deze redenering ooit consistent uit te voeren is. Mag je dan ook geen autogordels dragen? Is het wel orthodox verantwoord om je hand voor je mond te houden als je niest? Waarom zou je de brandweer bellen als de Here ervoor heeft gekozen om een gebouw in rook te laten opgaan? Maar goed, enige inconsistentie is niemand vreemd (ik ben als democraat een fervent monarchist) en de vrijheid je eigen opvattingen erop na te houden is de wortel van de democratie.

Maar in hoeverre mogen die opvattingen iemand anders schaden? Is het ethisch verantwoord om iemand te schaden als dat vanwege je overtuiging te verantwoorden is? In de middeleeuwen werd getest of iemand een heks was door haar met stenen te verzwaren en in de plomp te gooien. Bleef ze drijven, dan was ze een heks. Zonk ze dan werd ze postuum vrijgepleit en was er een plekje voor haar in de hemel. Anders gezegd: mag een orthodox christen zijn kind verzwaard afzinken om haar te behoeden voor hekserij?

Het antwoord is: Natuurlijk niet, daar zijn de orthodoxe christen en ik het ook wel over eens. Maar toch is de onderbouwing van de heksentest even goed als die van de prikweigering. En de prikweigering is misschien nog wel ernstiger, want van inenting is wetenschappelijk aangetoond dat deze de kans op letsel of de dood aanzienlijk doet afnemen. En indirect profiteren de weigeraars trouwens toch al mee, want de prevalentie van de mazelen is al aanzienlijk afgenomen dankzij de inenting wiens ouders hier wèl mee akkoord gaan.

Als ouder heb je een zware verantwoordelijkheid: die van het welzijn van je kinderen. Terecht stelt de wet grenzen aan de vrijheid die je hebt wat betreft de opvoeding van je kinderen. Mishandeling is uit den boze en die autogordel moet gewoon om. Waarom deze grenzen op basis van het geloof opeens wèl overschreden mag worden is mij duister.