Ik woon in een politiestaat. Dit wordt mij verteld tijdens een diner in Roemenie door een van de gasten van een bruiloft waar ik ben.
Hoe gek het ook klinkt, ik begrijp meteen wat ze bedoelt. Want in Groot-Brittannië hangen 4 miljoen camera’s die ons in de gaten houden. Dit zijn meer camera’s dan in welk ander land ter wereld. Ook is er een DNA database waarop 4.5 miljoen mensen geregistreerd staan. Hiervan maar een beperkt aantal met een crimineel verleden. Daarnaast is het invoeren van de verplichte ID kaart in een vergevorderd stadium. De ID kaart wordt ‘s werelds grootste biometrische database waarop 52 verschillende soorten informatie per persoon wordt geregistreerd. Sinds de Regulation of Investigatory Powers Act van 2000, autoriseert de staat op grote schaal het afluisteren van telefoongesprekken, het inzien van e-mail, brieven, telefoongesprekken en bezochte websites. Het zijn met name lokale overheden en organisaties die daar gebruik van maken om ‘wanorde’ te voorkomen. Al deze maatregelen zijn in gang gezet voor het bestrijden van terreur, identiteitsfraude en criminaliteit in het algemeen. Dit geeft het gevoel dat de Britse overheid de burger steeds meer als dader of verdachte ziet.
Ook in Nederland veranderd de relatie tussen overheid en burger steeds meer. In het kader van de veiligheid worden we meer en meer in de gaten gehouden. Onder andere via het elektronische kinddossier, camera’s en preventief fouilleren. Met als nieuwste ontwikkeling het opslaan van onze vingerafdrukken bij het aanvragen van een nieuw paspoort voor de bestrijding van identiteitsfraude. Hiermee wordt voor het aanpakken van een kleine groep in wezen de gehele bevolking gecriminaliseerd. Ook in Nederland lijkt de gewone burger een permanente verdachte geworden.
Vanuit het perspectief van mijn Roemeense tafelgenote is dit niet te bevatten. Zij is opgegroeid in een échte politiestaat. Tot 1989 hield Ceausescu de Roemenen onder de duim met behulp van de Securitate. Een veiligheidsdienst die iedereen afluisterde en bespioneerde die verdacht leek. Tijdens de revolutie in 1989 bevrijdden de Roemenen zich van deze terreur en zworen ‘nooit meer’.
Dus hoe leg ik aan mijn Roemeense vrienden uit dat mijn twee democratische thuislanden er geen been in zien onze privacy in te perken en dat niemand echt protesteert?
Een stevig publiek debat over waar we in dit kader heen willen met onze samenleving lijkt me op zijn plaats. Zodat we niet over tien jaar verbaasd wakker worden met een camera boven ons bed en een elektronische halsband om onze nek. En dan pas hard uitroepen, hoe heeft het zo ver kunnen komen?

Beatrijs is freelance tekstschrijver en werkt vanuit Praag, Tsjechië. Ze is altijd op zoek, maar is al heel lang zeker van twee dingen: D66 en de liefde. Op deze plek schrijft ze over haar ervaringen in Nederland en Praag. Relevant? Ja zeker, want het persoonlijke is al heel lang politiek. Let maar op.