Archief voor oktober, 2009

JP for president!

Donderdag, 29 oktober , 2009

Balkenende bashing is voor mij een vermakelijke bezigheid. Zijn rare haar, bril en loopje en zijn klunzige onzichtbaarheid zijn zaken waar ik lekker met vrienden over kan losgaan bij de borrel. Dus lachen we ons allemaal rot wanneer zijn naam valt als kandidaat voor de eerste president van Europa. En we vinden het helemaal hilarisch als zijn coalitiegenoten hem smeken niet naar Europa te gaan omdat alleen HIJ het gezicht van dit kabinet is. Maar is dit eigenlijk wel zo grappig?

De oproep van coalitiegenoten Hamer en Slob is kortzichtig en wel om twee redenen. Ten eerste is de benoeming van een Nederlander als eerste president van Europa een kans welke we, als klein land, meteen zouden moeten grijpen. Voornamelijk omdat het ons land een ongekend internationaal platform biedt en aanzienlijke invloed in Europa.

Ten tweede is het enige serieuze alternatief, Tony Blair, een ramp voor Europa vanwege de politieke realiteit in Groot-Brittannië.

Groot-Brittannië wordt de komende vier jaar hoogstwaarschijnlijk geregeerd door de uitermate eurosceptische Tories. De Tories zijn tegen het Lissabon akkoord en daarmee ook tegen de aanstelling van een Europese president, helemaal als dit is in de hoedanigheid van Blair.

De aanstelling van een Europese Labour president tegenover een Britse Tory premier gaat een politieke dynamiek op te leveren die onwenselijk is voor zowel Groot-Brittannië als Europa.

Want ik zie de komende jaren al voor me. David Cameron, die bij elk binnenlands probleem claimt dat het ligt aan Europa oftewel Blair en dus Labour. En die elke Europese beslissing frustreert omdat er een Labour luchtje aan hangt. Dit levert vast politieke winst op voor Cameron, maar wat doet het met Europa? Als deze twee mannen elkaar de tent gaan uitvechten over de rug van Europa zijn we ver van huis.

Dan is een nerd-erige Balkenende zo erg nog niet. Dus Mariette en Arie wees niet zo egoïstisch en laat Jan Peter gaan. Want wat is er mooier voor een relatief klein land als Nederland om de eerste Europese president te leveren? Doe het voor ons, doe het voor Europa!

Het goede leven

Woensdag, 14 oktober , 2009

Weet jij wat het goede leven is? Met deze vraag spreekt een man me in Parijs aan. Ik denk aan Bourgondische taferelen, zwoele nachten met zalig eten en heerlijke wijn. Dus ik zeg hem het goede leven is genieten. De man kijkt ernstig en heft zijn vinger. ‘Het goede leven is de weg naar GOD’. En zijn schuddend hoofd maakt duidelijk; ik zit niet op die weg.

Filosofen buigen zich al sinds de klassieke oudheid over de vraag wat het goede leven is. Voor het antwoord hierop werden vragen gesteld over goed en kwaad, rechtvaardigheid en vrijheid, vriendschap en liefde. Het valt op dat daar per tijdperk een ander antwoord op is.*

Ook geloofsovertuigingen bepalen de richting waarop er over ethiek gedacht wordt. Voor een Boeddhist is het goede leven het streven naar het vinden van je innerlijke God, terwijl dat voor een Gereformeerde Christen ondenkbaar is. Kernpunt is wel dat er altijd gestreefd wordt naar iets hogers en verhevens dat groter is dan jezelf.

Je kunt dus zeggen dat op de vraag wat het goede leven nou precies is, geen eenduidig antwoord bestaat. Er zijn terugkerende kernwaarden maar een Boeddhist, Christen of atheïst vult deze net wat anders in of aan. En deze verschillen worden, in ieder geval in Nederland, sinds de jaren zestig en zeventig ook geaccepteerd. Er is niet één waarheid en dat is m.i. goed in een diverse samenleving.

Zorgwekkend is het nu dat de huidige regering in Nederland het idee van het goede leven wil afbakenen en opleggen aan ons. We moeten praten over normen en waarden, we moeten elkaar groeten op straat, we moeten minder eten, we moeten beter opvoeden en vooral moeten we onze geschiedenis kennen zoals dit kabinet wil dat wij deze herinneren. Dit alles lijkt in dienst te staan van het verheffen van onszelf tot een beter, trotser Nederland**. Dit klinkt mooi en speelt misschien in op een behoefte van een verwarde samenleving. Maar we zullen ons moeten afvragen of we een overheid willen die zich bemoeit met ons goede leven en de ethiek wil vastleggen in één ‘verhaal’.

Dit overdenkend vertel ik de godsvruchtige man in Parijs dat mijn idee van het goede leven natuurlijk meer is dan genieten alleen. Het gaat voor mij om vrijheid, rechtvaardigheid, gelijkheid en mededogen. Maar aan de formulering van dat idee kwam geen God of Balkenende te pas. Nu niet en hopelijk nooit niet.

* Wil je meer weten over de geschiedenis van de ethiek, luister dan naar een verzameling van 8 colleges over de geschiedenis van de Ethiek van hoogleraar Paul van Tongeren.

** Lees voor een goede analyse van het paternalisme van Balkenende het artikel van Paul Frissen in de NRC van zaterdag 12 oktober, 2010.

Welkom in de stad

Dinsdag, 6 oktober , 2009

Vanmiddag ga ik voor mijn werk naar Parijs. Lucky Girl, roepen mijn Londense vriendinnen. Maar eerlijk gezegd is Parijs een stad waar ik nooit een directe klik mee heb gehad. Op mijn zeventiende pakte ik een keer stiekem de trein naar Parijs. Twee dagen liep ik er rond in de parken, bezocht musea en kerken en dronk koffie op de terrasjes. Ik genoot van de illegale vrijheid maar toch ging mijn hart niet sneller bonzen zoals toen ik voor het eerst aankwam in New York.

Wat maakt een stad een plek waar mensen willen wonen, verblijven, werken en leven? Vrijheid, anonimiteit, een bruisend uitgaansleven, rijke cultuur, (vernieuwende) kunst en zelfs een levendige gayscene zijn allemaal kenmerken, die door o.a. Richard Florida, worden aangemerkt als factoren voor de aantrekkingskracht van een stad.

Maar voor mij is gastvrijheid de belangrijkste factor. Voelen we ons welkom in de stad of het land waar we met onze koffers aankomen?

Bij aankomst in New York voelde het alsof de stad me meteen omarmde en daarop knuffelde ik enthousiast terug. Niemand vroeg waar ik vandaan kwam want iedereen was immigrant. Het eerste wat ik in Londen deed, was me registeren als stemgerechtigde. Ik stemde op de burgemeester en voelde me onderdeel van de stad. Want hoera, ik mocht echt meedoen!

Deze gastvrijheid ontbreekt voor mij in Parijs. Want een Parijzenaar zal je altijd laten voelen dat je er niet hoort. Terwijl je in je beste Frans ‘un café s’il vous plait’ vraagt, zal de Parijzenaar schouderophalend doen alsof je gek bent en het je tien keer laten herhalen. De open armen en het gevoel je ‘mag’ of ‘kunt’ meedoen zijn daarmee niet direct aanwezig.

Gelukkig staan Nederlanders bij buitenlandse gasten bekend als behulpzaam, vriendelijk, gastvrij en open (Holland Imago Onderzoek 2008, Nederlands Bureau voor Toerisme en Recreatie). En daar ben ik blij om. Want vanuit mijn Londense perspectief, twijfel ik daar wel eens aan. Elke keer als ik Geert Wilders en ook andere politici de termen ‘grenzen dicht’, ‘uitzetten’ en ‘inburgeren’ hoor bezigen, besluit ik nog maar een paar jaartjes weg te blijven.

Gelukkig lezen toeristen de krant niet. Maar hoe zit dat met succesvolle migranten die zich langer willen vestigen in Nederland?

In New York en Londen mag je, moet je zelfs, meedoen en dat geeft een enorme kick. Dit maakt dat ik harder ga lopen, niet alleen voor mijn eigen succes maar ook voor dat van de stad en het land.

Zou dit in Nederland ook weer zo kunnen zijn?

Politiestaat

Vrijdag, 2 oktober , 2009

Ik woon in een politiestaat. Dit wordt mij verteld tijdens een diner in Roemenie door een van de gasten van een bruiloft waar ik ben.

Hoe gek het ook klinkt, ik begrijp meteen wat ze bedoelt. Want in Groot-Brittannië hangen 4 miljoen camera’s die ons in de gaten houden. Dit zijn meer camera’s dan in welk ander land ter wereld. Ook is er een DNA database waarop 4.5 miljoen mensen geregistreerd staan. Hiervan maar een beperkt aantal met een crimineel verleden. Daarnaast is het invoeren van de verplichte ID kaart in een vergevorderd stadium. De ID kaart wordt ‘s werelds grootste biometrische database waarop 52 verschillende soorten informatie per persoon wordt geregistreerd. Sinds de Regulation of Investigatory Powers Act van 2000, autoriseert de staat op grote schaal het afluisteren van telefoongesprekken, het inzien van e-mail, brieven, telefoongesprekken en bezochte websites. Het zijn met name lokale overheden en organisaties die daar gebruik van maken om ‘wanorde’ te voorkomen. Al deze maatregelen zijn in gang gezet voor het bestrijden van terreur, identiteitsfraude en criminaliteit in het algemeen. Dit geeft het gevoel dat de Britse overheid de burger steeds meer als dader of verdachte ziet.

Ook in Nederland veranderd de relatie tussen overheid en burger steeds meer. In het kader van de veiligheid worden we meer en meer in de gaten gehouden. Onder andere via het elektronische kinddossier, camera’s en preventief fouilleren. Met als nieuwste ontwikkeling het opslaan van onze vingerafdrukken bij het aanvragen van een nieuw paspoort voor de bestrijding van identiteitsfraude. Hiermee wordt voor het aanpakken van een kleine groep in wezen de gehele bevolking gecriminaliseerd. Ook in Nederland lijkt de gewone burger een permanente verdachte geworden.

Vanuit het perspectief van mijn Roemeense tafelgenote is dit niet te bevatten. Zij is opgegroeid in een échte politiestaat. Tot 1989 hield Ceausescu de Roemenen onder de duim met behulp van de Securitate. Een veiligheidsdienst die iedereen afluisterde en bespioneerde die verdacht leek. Tijdens de revolutie in 1989 bevrijdden de Roemenen zich van deze terreur en zworen ‘nooit meer’.

Dus hoe leg ik aan mijn Roemeense vrienden uit dat mijn twee democratische thuislanden er geen been in zien onze privacy in te perken en dat niemand echt protesteert?

Een stevig publiek debat over waar we in dit kader heen willen met onze samenleving lijkt me op zijn plaats. Zodat we niet over tien jaar verbaasd wakker worden met een camera boven ons bed en een elektronische halsband om onze nek. En dan pas hard uitroepen, hoe heeft het zo ver kunnen komen?