Nieuwe job, nieuwe blog

15 januari, 2010 door Gerrit Brunink

Al een paar maanden geleden ben ik door onze leden gekozen om voor D66 bij de verkiezingen op 3 maart 2010 de rol van lijsttrekker op me te nemen in het meest bijzondere stadsdeel van de mooiste stad van Nederland: Amsterdam-Centrum. Een hele eer. Maar ook een forse klus. De functie van lijsttrekker, wat een raar woord eigenlijk, is niet altijd hetzelfde. Dat je nummer 1 op de lijst wordt bij de verkiezingen is wel duidelijk. Maar wat je rol wordt na de verkiezingen is dat niet. Wethouder, politiek leider, fractievoorzitter, raadslid? Het is nergens vastgelegd en het is wel een vraag die je voortdurend moet beantwoorden.

Tot aan de verkiezingen is het ook pionieren. Lijstaanvoerder is een rol waarbij je als een spin in het web te werk gaat en ik kan wel zeggen dat die rol mij op het lijf is geschreven. Gelukkig krijg ik ook van veel ervaren partijleden advies aangeboden en daar maak ik gretig gebruik van.

Eerst moest het verkiezingsprogramma geschreven worden. Daar was gelukkig al een tijdlang een gedreven groep D66ers druk mee bezig. Nu kon ik meelezen, meepraten en mijn ervaring van de afgelopen jaren en over lopende politieke kwesties inbrengen. Inmiddels is het programma door onze leden goedgekeurd, zoals dat bij D66 gaat in een druk bezochte ledenvergadering, waar velen hun zegje konden doen. Met wat wijzigingen (amendementen in ons politiek jargon) is het een uitdagend en vernieuwend programma geworden. En dat past bij heel goed bij onze nieuwe koers en frisse kijk op zaken. De kracht van kwaliteit.  Het programma kun je hier downloaden. Binnenkort meer …..

De groene revolutie

14 december, 2009 door dehliatimman

Niet zo lang geleden had ik een droom….

Er was een ware groene revolutie aan de gang in Amsterdam. De droom speelde zich af in de toekomst. Op precies te zijn in de lente van het jaar 2010, ik schat zo in het begin van maart.

In alle hoeken, straten, stegen en op alle pleinen en parken was de stad groen gekleurd. Geen stad zo mooi en verleidelijk als Amsterdam in de lente. De dakterrassen van Amsterdam waren groter in aantal en groener dan ooit. Het complete wagenpark van de gemeente reed op groene energie en zelfs alle scooters in de stad werden opgeladen met groene stroom.

Mensen stonden op de stoep gezellig een blikje Heineken te drinken. De schooltuinen van de Amsterdamse kinderen kleurden groen en waren gevuld met prachtige bloemen. Ik fietste door de stad en warempel, alle verkeerslichten stonden op groen.

Er was een ware groene revolutie aan de gang in Amsterdam. Ook het rode pluche van de PvdA in het stadhuis was vervangen door een vruchtbare groene D66 grasmat. En dan doel ik niet op een grasmat zoals die in de Arena ligt, nee. Een grasmat die lijkt op het gras bij de buren….

Helaas gaat elke ochtend op een gegeven moment de wekker en begint de dag weer als vanouds. Maar deze droom laat ik niet meer los. Dromen worden werkelijkheid als we er een doelstelling van maken. De stad Amsterdam is klaar voor deze droom, het klimaat is rijp voor een groene revolutie.

UFO

6 december, 2009 door kimwesterweel

Ik hou van de nieuwsberichten in de marge. Zoals die over de onpopulariteit van ongewervelde dieren. Van die berichten waar je geneigd bent snel overheen te lezen, maar als je er nog eens wat langer over nadenkt, realiseer je dat het bericht eigenlijk een mooier beeld vormt en meer zeggingskracht in zich draagt dan je in eerste instantie zou vermoeden.

Het mooiste bericht van dit weekend was dit bericht in Trouw: Groot-Brittanië stopt met haar meldingslijn voor ufo’s (unidentified flying objects): “Gisteren meldde het leger dat meer dan vijftig jaar ufo-meldingen geen bewijs heeft opgeleverd dat er buitenaards leven bestaat of dat Groot-Brittannië erdoor bedreigd wordt. (…) Het geld zou beter gebruikt kunnen worden om operaties in Afghanistan mee te financieren.”

Dit is een prachtig margebericht en ik zal u uitleggen waarom.

In de eerste plaats is er natuurlijk het prachtige beeld van de jonge telefoniste, inmiddels bejaard en haar pensioengerechtigde leeftijd eigenlijk allang voorbij (hoezo 67?), die kort na de Tweede Wereldoorlog in dienst kwam van de Britse overheid om het toenemende aantal ufo-meldingen aan te nemen en vast te leggen.
We zien haar dagelijks, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat aan de telefoon zitten en ieder telefoontje dat binnenkomt nauwkeurig noteren in een groot schrift. “Wat zegt u, mijnheer? Nee, voor incidenten met onbemande graafmachines moet u een ander telefoonnummer hebben. Of is er ook sprake van graancirkels? Niet? Dan moet ik u helaas toch doorverwijzen naar mijn collega.”

Meer dan dat, echter, gaat het stukje over verspilling van gemeenschapsgeld en over de vraag wanneer een samenleving het er met elkaar voldoende over eens is dat iets geldverspilling is, om een bepaald initiatief stop te zetten. Om het geld aan iets anders belangrijks te besteden. Zoals aan de verlenging van de missie in Afghanistan. Of, op gemeentelijk niveau, aan nog heel andere zaken.

En zo komen we bijvoorbeeld uit bij een motie zoals D66 Amsterdam die komende week bij de begrotingsbehandeling zal indienen, waarin zij pleit voor het schrappen van een deel van de subsidies uit PvdA-potjes voor projecten die de zogenaamde ‘sociale cohesie’ moeten bevorderen.
We hebben het hier over een bedrag van 4,3 miljoen euro per jaar, over de besteding waarvan nauwelijks verantwoording wordt afgelegd en waarvan het succes, op zijn zachtst gezegd, zeer omstreden is. (En, verdorie, had ik maar van het bestaan van deze inkomstenbron geweten vóórdat ik mijn allochtone buren voor een barbecue uitnodigde.)

“Sociale samenhang stimuleer je door te investeren in onderwijs en een toegankelijke woning- en arbeidsmarkt”, zegt D66 bij monde van lijsttrekker Ageeth Telleman.
En zo is het. Want buitenaardse projectielen, die hebben we ook in Amsterdam al geruime tijd niet meer waargenomen.
Tijd om de lijn af te sluiten.

Bronsttijd

19 november, 2009 door kimwesterweel

Lelijke, ongewervelde dieren kunnen bescherming vergeten”, zo stond er gisteren in Trouw, in een klein, maar zeker niet onopvallend bericht onderaan pagina vier:

“De reiger heeft met zijn relatief forse omvang, opvallende snavel en parelwitte verenpracht veel aandacht van natuurorganisaties, maar je kunt maar beter geen klein, lelijk, ongewerveld dier zijn, concludeert bioloog Edo Knegtering. Niemand die naar je omkijkt, ook al sta je op uitsterven.”

Zo, dat is gezegd.

Dat het zo werkt in het leven, wisten wij, D66’ers, natuurlijk al lang.
Misschien denkt u bij het lezen van zo’n stukje niet meteen aan politiek. Maar zo’n heel gekke vergelijking is dat nog niet. Het is immers nog niet zo heel lang geleden dat D66 zelf ergens in de onderste regionen van de voedselketen bungelde. Niemand keek naar ons om en de biodiversiteit van de Nederlandse politieke cultuur dreigde danig in het gedrang te komen. Onze status was verworden tot die van ongewervelde, een soort die er, aldus Knegtering, qua populariteit zelfs nog bekaaider vanaf komt dan insecten.

Tja.

Wat het echt góed doet bij de mens en bij de natuurbeschermer, aldus het artikel, is het edelhert. Ik vind dat een prachtige naam voor een dier. Eentje die een beeld oproept van zelfverzekerdheid en trots. Kalm, de borst fier vooruit, stapt de roedel rond, door de duinen, in het bos of over de vlakte. Groot, nobel en een beetje aaibaar.

De aanvoerder wijst de weg. Wanneer een ander hert zijn of haar eigen tijd rijp acht, knokken ze een partijtje om te zien wie de nieuwe baas wordt.

Ziet u wel, het is echt net de politiek.

Onze roedel is een tijdje uitgedund geweest, maar inmiddels is ze weer aardig op sterkte. De laatste krachtmetingen zijn er gaande. Nog maar heel even en dan zijn de nieuwe leiders bekend.

En dan is het wachten op de bronsttijd. Ik kan niet wachten. En u?

Verboden woord van de maand: demoniseren

12 november, 2009 door bestuurd66amsterdamcentrum

Door Joost Swanborn, bestuurslid Communicatie D66 Amsterdam-Centrum

Wie in Nederland anno 2009 hardop zegt dat hij geen pindakaas blieft, loopt een reëel gevaar beticht te worden van ‘haat zaaien’ tegen pindaboeren, ja, het ‘demoniseren’ van een gehele bedrijfstak. Sinds de werkelijkheid zo rond 2002 ook ons polderland aandeed, zijn we niet meer bang voor grote woorden. Een beetje burger vindt op zijn tijd dat – onsmakelijk anglicisme – zijn ‘gevoelens worden gekwetst’ en ‘respect’ is niet meer iets wat je verdient maar een grondrecht.

Een onvermijdelijke stoet half gealfabetiseerde boekverbranders en geborneerde nationalisten beschuldigt elkaar, ongehinderd door enige allure, beurtelings van ‘haat zaaien’ en ‘demoniseren’ in even inwisselbare tv-programma’s. De volledig uitgeholde termen vliegen dartel door de lucht, waarmee de begripsinflatie groteske vormen begint aan te nemen. En telkens wordt de discussie gesmoord doordat het geloof begint waar de argumenten het laten afweten – of dat nou het geloof is in Ome Wilders, God of Allah. In dat geloof te worden ‘aangetast’ lijkt inmiddels zo ongeveer het ergste wat je kan overkomen.

Misschien zouden we het daar eens over moeten hebben: de steeds duidelijker zichtbare contouren van het cultuurverschillen overstijgende monsterverbond tussen de religies van de bijbel en de koran. Want daarmee zijn we nog verder van huis. Want: zijn er oorlogen gevoerd uit naam en ter meerdere eer en glorie van het atheïsme? Brengen niet-gelovigen zichzelf tot ontploffing in schoolbussen? Voeren goddelozen kruistochten? Worden er meutes gemobiliseerd door verdwaasde agnostische predikers? Je zou bang worden hardop te zeggen dat je religie in het algemeen soms gevaarlijke flauwekul vindt. Dat je je als atheïst gekwetst voelt door de voortdurende uitingen van morele superioriteit van alle gelovigen, die het debat op slinkse wijze confisqueren, suggereren dat alleen Nederlanders met een geloof deugen, en intussen haat zaaien en een heel volksdeel demoniseren…

Demoniseren? Haat zaaien? Van alle kanten wordt er momenteel voornamelijk wind gezaaid. En we weten wat daar over het algemeen van komt. Laten we hopen een storm in een glas water. Laat ons een gepast stilzwijgen in acht nemen, en ‘haat zaaien’ en ‘demoniseren’ bestempelen tot de Verboden Woorden van de maand november.

Welkom!

30 oktober, 2009 door amsterdam

Hier komt het groepsweblog van D66 Amsterdam.

Klare taal

11 oktober, 2009 door bestuurd66amsterdamcentrum

Door Joost Swanborn, bestuurslid communicatie D66 Amsterdam Binnenstad

Op 6 februari won Alexander Pechtold de Duidelijketaalprijs van het Taalcentrum-VU, een aan de Vrije Universiteit gelieerd communicatiebureau. Van de onderzochte Nederlandse politici krijgt hij zijn boodschap het beste over het voetlicht, blijkt uit onderzoek van ruim driehonderd televisieoptredens van de bekendste Nederlandse politici. Zowel tijdens persconferenties en praatprogramma’s als in spontane interviews spreekt hij helder en argumenteert degelijk. Daarnaast vaart hij een herkenbare eigen koers, en gebruikt een breed repertoire; zo wisselt hij soepel tussen humor en diepgang. Verheugend nieuws.

Ook op stads(deel)niveau is het belangrijk soms complexe politieke problemen te vertalen in voor iedereen begrijpelijke termen en voorbeelden. Hoe? Om te beginnen natuurlijk door verstaanbaar te articuleren (en niet, zoals Balkenende, te spreken over ’sjale parns’ (sociale partners), de ‘autobieldustrie’ (automobielindustrie) en ‘met de Kamerleden in bad gaan’ (met de Kamerleden in debat gaan’). Maar ook door woorden te kiezen waarmee je controleerbaar bent en verantwoordelijkheid neemt.

Aanspreken
In de politiek van de grote steden valt steeds vaker een merkwaardige combinatie te horen van ferme taal en gratuite frasen. Op een toon die geen tegenspraak of verder vragen duldt klinkt het dan bijvoorbeeld: ‘We gaan het gesprek aan.’ Dit gebeurt bijvoorbeeld met lastige jeugd. Er is nog één krachtiger sanctie dan ‘het gesprek aangaan’: ‘aanspreken’. Balkenende over jongeren die het Anne Frankhuis bekladden: ‘Dan zeg ik: gewoon aanspreken!’ Op dat ferme VOC-toontje. Nee, daar zullen ze van terugdeinzen, die ‘jongeren’. Zo sprak een Amsterdams bestuurder, op de vraag of ze zwervers wil dwingen tot het beteren van hun leven: ‘Het is van belang dat we ze stevig aanspreken.’ Goh, denk je dan: dat is mooi zeg. Blij dat ze dat zo stevig ‘uitspreekt in de richting van de dakloze.’ Maar wat is dat in ’s hemelsnaam, ‘aanspreken’?

Inzetten
Erg in de mode is ook ‘inzetten op’, voor de zekerheid door de spreker zelf vaak alvast voorzien van ’stevig’: ‘we gaan stevig inzetten op extra zorg’. Zo konden we al lezen: ‘We zetten in op de uitbreiding van zorgverlening en op verbetering van het voorkomen van overlast.’ Inzetten op uitbreiding. En inzetten op verbetering van het voorkomen. Als dat maar goed gaat, denk je dan.

Insteken
Ook viel te horen dat de politie van plan was op een zaak ‘te gaan insteken.’ Er was een tijd dat de hermandad optrad tegen mensen die instaken op anderen. De spreker had evengoed kunnen zeggen dat de politie ‘zijn ding ermee ging doen.’

Je zou er woest van worden als het niet zo onbedoeld geestig was, dergelijk holle prietpraat. Daarom zijn de Verboden Woorden van de maand: ‘aanspreken op’, ‘inzetten op’, en ‘insteken op’. Laat het ons weten als u ons er op betrapt!

Verboden woord van de maand: kloof

10 oktober, 2009 door bestuurd66amsterdamcentrum

Door Joost Swanborn, bestuurslid communicatie van D66 Amsterdam-Centrum

Deze tijd van concept-programmateksten en beginnende campagneactiviteiten – maar toch nog veelal komkommers – biedt een vruchtbare voedingsbodem voor verboden woorden. De argeloze lezer, luisteraar en kijker vliegen de gratuite termen weer om de oren. Van ‘vernieuwing’ (dat een kwaliteit in zichzelf schijnt te zijn) tot ‘hoog ambitieniveau’ (‘we willen iets onmogelijks’) en het wat onsmakelijke ‘maatwerk’. Talloos zijn de oplossingen die worden ‘aangedragen’, en als ‘concrete maatregelen’ niet mogelijk zijn, wordt er wat af ‘gestimuleerd’.

Gewone Man
Nog altijd ook gaat het over ‘de levendigheid weer terugbrengen in het debat’, ‘de mensen weer invloed geven’, ‘het vertrouwen in de politiek herstellen’ en ‘de politiek weer dichter bij de burgers brengen.’ Ook de Kloof is inmiddels niet meer weg te denken uit het politieke landschap. Er gaapt namelijk een ‘kloof’ tussen de Gewone Man en ‘de politiek’ – maar overigens ook ‘de media’, ‘de rechterlijke macht’, ‘de politie’, of welke instantie dan ook die zich aan gene zijde ophoudt. En wie is er altijd weer de lul? Juist – de Kleine Man, ook wel bekend als ‘De Burger’, ‘De Gewone Man’, ‘Jan met de Pet’ of ‘Tante Mien uit Winschoten’.

Eerst Pim, toen Claus
Daarom zijn in de media deskundigen en experts vervangen door de Man in de Straat. Het begon in Amsterdam met het overschatte middel dat stadsomroep AT5 inzette toen de echtgenoot van onze huidige vorstin het tijdelijke met het eeuwige had verwisseld: het straatinterview. Met de Gewone Man. Op de Dam. En deze Gewone Man werd met waarachtige gretigheid verleid tot de uitspraak: ‘Het is vreselijk. Eerst Pim, nu Claus. Hij zei wat de mensen dachten.’

En met verbazingwekkende vanzelfsprekendheid gaven media én ‘de politiek’ gehoor aan deze boodschap van geborneerdheid, die onwetendheid en afzijdigheid verheft tot maatstaf, en werd ‘zeggen wat je denkt’ (wat meestal niet zo veel is) gemeengoed. Daar tussendoor zweeft het onophoudelijk door de ether, bij wijze van daadkrachtige term: ‘kloven dichten’.

Kloven dichten
Volgens Klovendichters moet ‘de politiek weer terug bij de burgers worden gebracht’. ‘Teruggebracht’? ‘Weer’? Heeft ‘de politiek’ ooit dicht bij ‘de burgers’ gestaan? Wordt er niet sinds het begin van de parlementaire democratie geklaagd over ‘gebrek aan vertrouwen’? Maar alle referenda, gekozen burgemeesters en bloggende politici ten spijt: hoort ‘het volk’ niet te roepen ‘allemaal zakkenvullers’? Of moeten we op naar de gekozen bakker onder leiding van deze Kleine Man?

Kunnen we die kloven niet gewoon laten voor wat ze zijn, en op ons gemak langs de afgrond dan wel door de diepten kuieren? Kunnen we ook nog een beetje genieten van het uitzicht. Vandaar het verboden woord van de maand: leve de Kloof!

Nieuwe lijsttrekker vóór de zomer

9 oktober, 2009 door bestuurd66amsterdamcentrum

Door Hans Korff,  voorzitter van D66 Amsterdam-Centrum

Op 1 juli hebben de leden van D66 Amsterdam Binnenstad Gerrit Brunink tot lijsttrekker gekozen. Het is voor velen een spannende tijd geweest en dat zal in het aankomend half jaar niet anders worden. De uitslag van de Europese Verkiezingen stemmen ons eindeloos positief. Landelijk, stedelijk en vooral in het stadsdeel Centrum zijn we groeiende en de top hiervan is nog niet bereikt. Met Gerrit Brunink als boegbeeld ben ik ervan overtuigd dat we in maart 2010 de verkiezingen zullen winnen.

Het lijkt erop dat heel Nederland nu collectief maandenlang onbereikbaar is. Dat wij eens per jaar er echt op uit trekken en nieuwe energie opdoen door fysiek bezig te zijn in de bergen, lui te liggen met een boek, steden te bezoeken om onze culturele bagage opnieuw te verruimen of andere dagbesteding te zoeken en voorbij de eigen horizon te gaan. Eenmaal terug van dat verre Arcadië, dat ook gewoon in Noord of op Kwakoe kan liggen, geeft bij thuiskomst in de zo veranderende wereld waar wij even niet aan deelgenomen hebben soms een onthutsend beeld. Er is niet veel veranderd, en Amsterdam heeft prima gefunctioneerd zonder je aanwezigheid. Maar het kan nog steeds beter.

Eén ding is er in elk geval wel veranderd: jijzelf. Wanneer je even afstand hebt genomen en uit het dagelijkse ritme bent gestapt dan geeft dit een frisse blik en nieuwe energie voor een volgende stap. Weg van Amsterdam en het strakke werkritme dat de meeste mensen hebben, blijken velen na te denken over een andere baan of een nieuwe tijdsbesteding na de zomer. ‘Even helemaal lekker weg’ krijgt daarmee toch een andere lading. Kijkend naar de wolken, liggend in zee, in het nachtleven van die andere hippe stad of wandelend in buitengebieden, leiden die dagdromen overigens zelden tot het werkelijk maken van een overstap naar een andere baan.

Rust en inspanning, afstand en reflectie maken het mogelijk om opnieuw te kiezen voor waar je mee bezig bent en er een nieuwe richting aan te geven. Juist nu zou je kunnen kiezen om bij D66 binnenstad ertoe te gaan doen, en vanaf het begin van de herfst jou ideeën mee te gaan laten werken voor Amsterdam.

D66 binnenstad gaat in de aanloop naar 3 maart 2010. Het kan anders, maar we willen wel met beleid behouden wat goed is. Veranderingen laten landen in het bestaande spectrum, beginnen met drie uur per maand te besteden aan jouw partij. Daarmee doe je ertoe in discussies die bij D66 ook gezellig zijn. Aanbod om niet na een kwartier uitgepraat te zijn, om over onderwerpen die ook over de grenzen van stadsdeelpolitiek heen stijgen, om de avond te vullen met meningen en beslissingen goed onderbouwd te laten zijn, om politiek te bedrijven.

Ik ben ervan overtuigd dat mensen die uitdagingen oppakken en er hun energie in steken een stuk makkelijker en plezieriger verder gaan. Juist in de politiek, juist bij D66 is jouw stem een graag gehoorde. Amsterdam en de binnenstad kan wel anders, beter. Gerrit Brunink en ik stellen een kennismaking met jou op prijs. Na de zomer praten we verder.

Wallen 3.0?

5 juni, 2009 door bestuurd66amsterdamcentrum

door Joost Swanborn, bestuurslid communicatie

Tijdens onze laatste ledenvergadering werd een interessante discussie gevoerd over het 1012-project van de gemeente. Na een schets van de achtergrond van de gemeentelijke plannen door fractievoorzitter Yellie Alkema en de visie van D66 Binnenstad daarop, kregen uiteenlopende gasten uit het gebied het woord. Onder hen Jan Broers van het SOR (Samenwerkend Overleg Raamexploitanten), initiatiefnemer Mariette Hoitink van Redlight Fashion Amsterdam, en directeur Guus Bakker van de Beurs van Berlage.

 

Bibob
De Wallenondernemers zat vooral de Wet Bibob (Bevordering van de integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur) hoog; op grond daarvan kan de gemeente vergunningen weigeren als het gevaar bestaat dat die worden gebruikt om uit strafbare feiten verkregen of te verkrijgen voordelen te benutten, of strafbare feiten te plegen. Dat kan verstrekkende gevolgen hebben voor de betrokkenen, tot sluiting van hun zaak aan toe. Broers is met zijn ramen door die screening gekomen, maar een ook aanwezige collega wacht moet dat nog afwachten. En een ander is in een rechtszaak met de gemeente verwikkeld over onder meer zijn speelhallen. Niet alleen vinden zij die screening een kwestie van omgekeerde bewijslast, ook betwisten zij cijfers waarmee de gemeente strooit. D66 heeft toegezegd te zullen nagaan welke aantallen prostitutieramen en gokhallen nu correct zijn.

Het is spannend om te zien hoe de gemeente in de toekomst de Wet Bibob zal hanteren, want veel bonafide ondernemers vinden dat ze ten onrechte in een crimineel daglicht worden geplaatst. De beeldvorming in de media is daar mede oorzaak van. Afgezien van die onvrede, en ‘de ongezellige sfeer omdat veel rode lichten zijn verdwenen’, toonden alle betrokkenen zich bereid mee te denken over de nieuwe situatie die inmiddels wel degelijk aan het ontstaan is op de Wallen. Zo kunnen de raamexploitanten goed door één deur met de houders van de modeateliers, die graag langer willen blijven. Overigens doet zich nu de waarschijnlijk wereldwijde unieke situatie voor dat in die ateliers officieel wel prostitutie mag worden bedreven, maar geen kleding mag worden verkocht (dat is vastgelegd in het bestemmingsplan). Ook werd opgemerkt dat de meeste panden zich louter door hun architectuur voor weinig anders lenen.

Kortom: iedereen wil graag meer kwaliteit, maar daarvoor zal nog wel wat oud zeer moeten worden verwerkt, en bereidheid tot samenwerking niet alleen met de mond moeten worden beleden. Zo is het merkwaardig dat nog niet alle ondernemers in het 1012-gebied zich in één samenwerkingsorgaan hebben verenigd. D66 Binnenstad blijft de ontwikkelingen nauwgezet volgen. Want het stadsdeel gaat niet over de Wet Bibob en het algehele prostitutiebeleid van de gemeente, maar bijvoorbeeld wel over bestemmingsplannen voor het gebied. Het is wel ons stadsdeel!

 

Verboden woord
Dit alles slechts als inleiding op het Verboden Woord van de Maand. Meerdere gespreksdeelnemers namen namelijk het woord upgraden in de mond. Een woord dat smaakt alsof je een bord zand moet leegeten. Alsof er weer een niets toevoegende nieuwe versie van je software beschikbaar is. Wat zij daarmee bedoelden? De kwaliteit van het gebied op een hoger peil brengen. De openbare ruimte verbeteren. Het niveau opkrikken desnoods. Alles beter dan upgraden. Blijf kritisch op uw politici, ook tijdens de komende verkiezingen! Hoort u een holle frase, leest u een loze term? Laat het ons weten.