Campagne voeren is een circus. Eens in de zoveel tijd wordt het bij jou in de buurt opgebouwd en hangt de hele stad vol posters. Dezer dagen maakt het campagnemonster veel kabaal voor de ras naderende gemeenteraadsverkiezingen. Ook D66 is druk aan het flyeren, posters plakken, bijeenkomsten organiseren, netwerken en debatteren. Als kandidaat-raadslid in stadsdeel Nieuw-West doe ik daar uiteraard fanatiek aan mee. Een fotografisch inkijkje in het circus van de campagnetijgers.
Alle berichten bij ‘d66’
Campagne in beeld
Woensdag, 17 februari , 2010Filmpje!
Zaterdag, 13 februari , 2010Campagne voeren is overal aanwezig zijn om mensen te overtuigen van jouw politieke visie. Ook dit weekend weer staat D66 weer op menig markt of plein, schuiven we aan in debatten en wordt er volop geflyerd, gefolderd, geplakt of gecanvast. Zoals ik in mijn vorige bijdrage al schreef, speelt ook internet (oftewel: Politiek 2.0) een rol. Reken er niet op dat ieder campagnefilmpje een YouTube-hit wordt, maar denk vooral in het naijleffect: mensen kunnen je boodschap opzoeken wanneer ze willen.
Via een Google Maps-applicatie bevatten de afdelingssites van D66 een plattegrond waar je alle lokale filmpjes kunt koppelen aan de locatie waar ze over gaan. Klinkt allemaal reuze technisch, maar dat valt reuze mee. En wie dacht dat filmpjes maken een kapitale bezigheid is, heeft het ook mis. Een camera en wat montage-skills zijn voldoende. Voor je het weet staat je lijsttrekker (in dit geval Ronald Mauer van D66 Amsterdam Nieuw-West) op YouTube een beknopt verhaaltje te vertellen over stedelijke vernieuwing, in de wijk waar het over gaat. Vergeet alleen niet ze ook actief te distribueren. Bijvoorbeeld via een blogje als dit.
Succes met campagne voeren!
Lokale Politiek 2.0
Woensdag, 10 februari , 2010
Verkiezingscampagnes spelen zich meer en meer op internet af. Barack Obama werd er president mee, zo klinkt het vaak wat overdreven. Ook in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen is internet niet meer weg te denken. Partijen en politici twitteren, bloggen, hyven en facebooken dat het een lieve lust is. De Stemwijzer is een dusdanig groot machtsmiddel geworden dat partijen keihard hebben onderhandeld over de vragen en antwoorden, en er uiteraard een nagenoeg identieke concurrent opdook, Kieskompas. Daarnaast zijn er allerlei websites waar je je als partij of kandidaat kunt presenteren. Zet dat zoden aan de dijk?
Vooropgesteld: politieke partijen doen er in de eerste plaats goed aan om hun eigen lokale site op orde te hebben. Hoewel de meeste kiezers zich hooguit baseren op krantenkoppen en oneliners in het NOS Journaal, moet je voor de serieus geïnteresseerde stemmer de belangrijkste informatie over programma en kandidaten goed online hebben staan. Belangrijker nog is dat die informatie goed is verwerkt in de Stemwijzer. Voor D66 in Amsterdam Nieuw-West ben ik daarbij betrokken geweest; het is een heel gepuzzel. Wat immers te vinden van een verwarrend standpunt van een politieke concurrent?
Als de Stemwijzer en de eigen site op orde zijn (en dat zijn ze natuurlijk al lang, nietwaar?) is het zinvol om ook elders op internet aanwezig te zijn. Cruciaal voor landelijke politici, maar op lokaal niveau is die invloed toch wat beperkter. Het is immers schieten met hagel. Zo nodigt de Utrechtse CDA-kandidaat Chantal Hakbijl me via Google Ads op mijn eigen weblog regelmatig uit om toch vooral op haar te gaan stemmen. Beetje lastig, als Amsterdammer.
Een website die blogs, tweets en overige online activiteiten van lokale politici in kaart brengt, is Volgdeverkiezingen.nl. Daar kun je zoeken per stad, of zelfs per stadsdeel (waar in enkele grote steden op 3 maart ook verkiezingen zijn). Ook dagblad Trouw heeft een speciale verkiezingspagina ingericht op Trouw In De Buurt. Met behulp van Google Maps kun je naar kandidaten in de regio zoeken, die zichzelf daar kunnen introduceren.
Als kandidaat in de hoofdstad kun je je ook presenteren op de website Nieuws Uit Amsterdam. Niet alleen word je in een overzicht opgenomen, maar ook hier kun je een persoonlijk verhaal kwijt. Een compact overzicht van hoofdstedelijke partijen en hun kandidaten is te vinden op Amsterdam Centraal.
Maar zoals gezegd: het is vaak schieten met hagel. Toen ik in mijn status-update op Facebook meldde dat ik op 3 maart verkiesbaar ben als kandidaat-raadslid in Amsterdam Nieuw-West, kreeg ik een felicitatie van een Amerikaanse vriendin in New York. Heel aardig, maar een extra stem levert dat natuurlijk niet op. Maar goed, dat gold ook voor Obama: eind 2008 kon ik niet op hem stemmen, ook al is hij mijn vriend op Facebook.
Creatief met kind
Dinsdag, 9 februari , 2010Voor de kooksessie “creatief met kind” heeft u de volgende basisingrediënten nodig: werkende ouders, een of meerdere kinderen en de stad Amsterdam.
Deze drie ingrediënten mengt u door elkaar. Het zal u opvallen dat het niet eenvoudig is om van deze drie ingrediënten een smeuïge massa te maken. Als u niet snel genoeg klopt, blijven er klonters in het deeg. Pak een handmixer en meng de ingrediënten op de hoogste stand. Zitten er dan nog klonters in het beslag, begin dan opnieuw. Is het u gelukt om een gladde massa te maken, blijf dan roeren om te voorkomen dat de ingrediënten niet toch gaan schiften.
Zo voelt het opvoeden van een kind in de stad als werkende ouder. Een 24/7 aangelegenheid waarbij improvisatievermogen een absolute vereiste is.
Hoe kan het leven van werkende ouders vergemakkelijkt worden? Er zijn legio zaken die het leven in de stad kunnen veraangenamen:
• Goede flexibele en betaalbare kinderopvang mogelijkheden met ruime openingstijden. Dit betreft zowel kinderdagverblijven als buitenschoolse opvang;
• Kwalitatief hoogwaardige basisscholen en middelbare scholen;
• Een ruime keuze uit onderwijsinstellingen;
• Recreatieve en culturele voorzieningen gericht op kinderen. Denk aan veilige speelomgevingen, jeugdcentra, theaters, bioscopen, parken, bibliotheken en aan kindgerichte horeca;
• Mogelijkheden voor kinderrecreatie in schoolvakanties;
• Voldoende parkeergelegenheid voor fiets en auto;
• Voor kinderwagens begaanbare stoepen en wegen, inclusief met de straat geëgaliseerde afstapjes;
• Ruime openingstijden van winkels, inclusief zondagopening;
• Woningen gericht op gezinnen in alle stadsdelen.
Meng bovenstaande ingrediënten en u zult merken dat het u veel gemakkelijker afgaat om er een effen geheel van te maken. Mocht er dan toch nog iets vreselijk mis gaan tijdens het bereiden van het gerecht, dan heeft u de keuze uit een groot aantal ziekenhuizen met eersteklas kinderafdelingen.
Journalistiek of politiek?
Maandag, 1 februari , 2010“Opvallend veel noeste werkers in reclame, marketing en media gaan in de lokale politiek”, schrijft reclamevakblad Adformatie deze week. “Jeukt de maatschappelijke plicht? Te weinig werk? Vervelen ze zich thuis?” Ook ik sta in dat bericht, als nummer vijf op de kandidatenlijst van D66 in stadsdeel Nieuw-West. En ja, bij mij is het inderdaad die jeuk.
Zowel landelijk als op lokaal niveau staat er deze jaren politiek gezien veel op het spel. Maken we in tijden van crisis wel de juiste keuzes? Hopelijk krijgen we volgend jaar een regering met meer daadkracht en toekomstvisie. Dit jaar al draait het in Amsterdam om het oplossen van grootstedelijke problemen met onderwijs, infrastructuur, evenwichtig woonbeleid, integratie, criminaliteit en sociale cohesie. Daarbij zijn structurele oplossingen nodig, dus geen uitstelgedrag of het isoleren van allochtone bevolkingsgroepen.
(Leest allen het net verschenen boek ‘Hoezo mislukt?’ van D66-lid Frans Verhagen over het Nederlandse integratiebeleid.)
Met de gemeenteraadsverkiezingen in aantocht heb ik afgelopen najaar besloten mezelf verkiesbaar te stellen voor de deelraad van Nieuw-West. Dit stadsdeel, met ruim 130.000 inwoners, is een samenvoeging van Slotervaart, Osdorp en Geuzenveld-Slotermeer. Misschien wel meer dan elders in de hoofdstad spelen hier de echte grotestadsproblemen in verhoogde mate. Politiek gezien dus wellicht het meest interessante stadsdeel van Amsterdam.
Als D66 in Nieuw-West straks bij de verkiezingen vijf van de 29 zetels in de wacht sleept, mag ik de partij vertegenwoordigen in de deelraad. Ik ben zeer gemotiveerd om dat te gaan doen. Sommige mensen vinden dat ik me als journalist niet in de actieve politiek mag begeven. Dat vind ik een ouderwetse gedachte. Nieuws en opinie lopen steeds meer door elkaar heen. Daarbij komt dat iedereen een politieke voorkeur heeft, ook iedere journalist. Ik denk dat het eerlijker en transparanter is als je, zoals ik, nooit geheimzinnig doet over je politieke voorkeur.
Mocht ik inderdaad de actieve politiek in gaan, dan zien we tegen die tijd (begin mei) wel weer hoe zich dat verhoudt tot mijn journalistieke werk, in dit geval voor de progressieve opiniesite Joop.nl. Feit is dat ik daar juist mede vanwege mijn politieke kleur voor ben gevraagd. Het begrip ‘progressief’ reikt volgens Joop.nl van D66 tot aan de SP. Zo breed is ook de blik van de redactie. Het lidmaatschap van een politieke partij is daarbij geen enkel bezwaar.
Het mooie van de politiek is dat niet ik maar de burger bepaalt. Die beoordeelt de lokale kandidaten op hun bijdrage aan het politieke debat, maar laat zich zeker ook leiden door de landelijke prestaties van politieke partijen. Hoogleraar bestuurskunde Pieter Tops schreef dit weekend een goed opiniestuk voor NRC Handelsblad, waarin hij stelt dat sterke lokale politiek nodig is om het verschil te maken op plaatselijke problemen omtrent met name kwaliteit van onderwijs en het gedrag in de publieke ruimte. Er ligt dus een grote verantwoordelijkheid te wachten. Het jeukt!
Roos is boos
Vrijdag, 15 januari , 2010Het was uiteindelijk de jonge buurtbewoonster Roos die er in een gloedvol betoog in slaagde het grote belang van de Pintohuis als ontmoetings- en kennisplek over het voetlicht te brengen. Over hoe medewerkster Liesbeth haar op het spoor van Tonke Dragt en andere favoriete schrijvers zette en over hoe ‘thuis’ ze zich voelde bij de geur van oud hout die er hing. Ze benutte daarvoor een uitgekiend moment, toen de vergadering Welzijn en Onderwijs net even geschorst werd om de commissieleden in staat te stellen om weer eens met insprekers in gesprek te gaan. In de wandelgangen – je kunt er niet vroeg genoeg bij zijn – ving ik later nog een gesprek op dat ze had met enkele Pinto-vriendinnetjes over dat ze “anders zelf toch wel geld konden inzamelen ‘m open te houden?”.
Ik vrees dat het Roos niet zal lukken om uitsluitend met haar inzamelingsactie de toekomst van de bieb veilig te stellen. Ten eerste omdat de gemeente in al haar wijsheid ooit heeft besloten het eigendom, en daarmee een groot deel van de zeggenschap, uit handen te geven. Bovendien is het onhaalbaar om met een eenmalige inzameling het benodigde geld bij elkaar te krijgen. Wel raakte het betoog van Roos wat mij betreft een open zenuw van de deelraadspolitiek. Te vaak wordt uitgegaan van concepten waarin termen als haalbaarheid, doelmatigheid en, vaak in één adem, schaalvergroting de boventoon voeren.
Fout! Het is juist die rigide benadering die er keer op keer toe leidt dat voor de veiligste, op het oog meest controleerbare en politiek haalbare optie wordt gekozen. Dat blijkt in het geval van de Pintobieb, de aan- en uitbesteding van het welzijnswerk aan Ysterk en als we niet oppassen ook bij toekomstige projecten. En dat terwijl de binnenstad van Amsterdam, en met name de Nieuwmarktbuurt een civil society an sich is, om ook het kosmopolitische karakter ervan nog maar eens te onderstrepen. Hoe moeilijk kan vraaggericht beleid zijn in een buurt waar de vragen en wensen van mensen, bij wijze van spreken, op straat liggen? Blijf dicht bij die mensen, luister naar hun behoeften en speel daar als deelraad zo adequaat en inventief mogelijk op in. Kleinschaligheid is vaak het toverwoord.
Het voortbestaan van de Pintobieb zoals we die nu kennen kunnen ook wij helaas niet garanderen. Maar we kunnen wel beloven er alles aan te doen dat Roos over tien jaar nog altijd met veel plezier en dierbare herinneringen het Pintohuis kan bezoeken. En dat geldt uiteraard ook voor de vaste bezoekers van de Boomspijker, het Claverhuis en vele andere plekken waar jongeren, ouderen, bewoners en bezoekers elkaar treffen. Gewoon, door de menselijke maat niet uit het oog te verliezen en hand in hand met de betrokkenen op te trekken. Dat bespaart een hoop ongenoegen. En bakken vol geld.
Nieuwe job, nieuwe blog
Vrijdag, 15 januari , 2010Al een paar maanden geleden ben ik door onze leden gekozen om voor D66 bij de verkiezingen op 3 maart 2010 de rol van lijsttrekker op me te nemen in het meest bijzondere stadsdeel van de mooiste stad van Nederland: Amsterdam-Centrum. Een hele eer. Maar ook een forse klus. De functie van lijsttrekker, wat een raar woord eigenlijk, is niet altijd hetzelfde. Dat je nummer 1 op de lijst wordt bij de verkiezingen is wel duidelijk. Maar wat je rol wordt na de verkiezingen is dat niet. Wethouder, politiek leider, fractievoorzitter, raadslid? Het is nergens vastgelegd en het is wel een vraag die je voortdurend moet beantwoorden.
Tot aan de verkiezingen is het ook pionieren. Lijstaanvoerder is een rol waarbij je als een spin in het web te werk gaat en ik kan wel zeggen dat die rol mij op het lijf is geschreven. Gelukkig krijg ik ook van veel ervaren partijleden advies aangeboden en daar maak ik gretig gebruik van.
Eerst moest het verkiezingsprogramma geschreven worden. Daar was gelukkig al een tijdlang een gedreven groep D66ers druk mee bezig. Nu kon ik meelezen, meepraten en mijn ervaring van de afgelopen jaren en over lopende politieke kwesties inbrengen. Inmiddels is het programma door onze leden goedgekeurd, zoals dat bij D66 gaat in een druk bezochte ledenvergadering, waar velen hun zegje konden doen. Met wat wijzigingen (amendementen in ons politiek jargon) is het een uitdagend en vernieuwend programma geworden. En dat past bij heel goed bij onze nieuwe koers en frisse kijk op zaken. De kracht van kwaliteit. Het programma kun je hier downloaden. Binnenkort meer …..
Verboden woord van de maand: demoniseren
Donderdag, 12 november , 2009Door Joost Swanborn, bestuurslid Communicatie D66 Amsterdam-Centrum
Wie in Nederland anno 2009 hardop zegt dat hij geen pindakaas blieft, loopt een reëel gevaar beticht te worden van ‘haat zaaien’ tegen pindaboeren, ja, het ‘demoniseren’ van een gehele bedrijfstak. Sinds de werkelijkheid zo rond 2002 ook ons polderland aandeed, zijn we niet meer bang voor grote woorden. Een beetje burger vindt op zijn tijd dat – onsmakelijk anglicisme – zijn ‘gevoelens worden gekwetst’ en ‘respect’ is niet meer iets wat je verdient maar een grondrecht.
Een onvermijdelijke stoet half gealfabetiseerde boekverbranders en geborneerde nationalisten beschuldigt elkaar, ongehinderd door enige allure, beurtelings van ‘haat zaaien’ en ‘demoniseren’ in even inwisselbare tv-programma’s. De volledig uitgeholde termen vliegen dartel door de lucht, waarmee de begripsinflatie groteske vormen begint aan te nemen. En telkens wordt de discussie gesmoord doordat het geloof begint waar de argumenten het laten afweten – of dat nou het geloof is in Ome Wilders, God of Allah. In dat geloof te worden ‘aangetast’ lijkt inmiddels zo ongeveer het ergste wat je kan overkomen.
Misschien zouden we het daar eens over moeten hebben: de steeds duidelijker zichtbare contouren van het cultuurverschillen overstijgende monsterverbond tussen de religies van de bijbel en de koran. Want daarmee zijn we nog verder van huis. Want: zijn er oorlogen gevoerd uit naam en ter meerdere eer en glorie van het atheïsme? Brengen niet-gelovigen zichzelf tot ontploffing in schoolbussen? Voeren goddelozen kruistochten? Worden er meutes gemobiliseerd door verdwaasde agnostische predikers? Je zou bang worden hardop te zeggen dat je religie in het algemeen soms gevaarlijke flauwekul vindt. Dat je je als atheïst gekwetst voelt door de voortdurende uitingen van morele superioriteit van alle gelovigen, die het debat op slinkse wijze confisqueren, suggereren dat alleen Nederlanders met een geloof deugen, en intussen haat zaaien en een heel volksdeel demoniseren…
Demoniseren? Haat zaaien? Van alle kanten wordt er momenteel voornamelijk wind gezaaid. En we weten wat daar over het algemeen van komt. Laten we hopen een storm in een glas water. Laat ons een gepast stilzwijgen in acht nemen, en ‘haat zaaien’ en ‘demoniseren’ bestempelen tot de Verboden Woorden van de maand november.

