“Amsterdam is niet truttig,” kopte het Parool deze week enthousiast:
“Staand op het terras een biertje drinken is verboden, maar daarmee is Amsterdam niet truttiger dan andere steden. Dat blijkt uit onderzoek van de gemeente, dat maandag naar de raad is gestuurd. ”Amsterdam is juist behoorlijk liberaal,” zegt burgemeester Job Cohen.”
Aha.
Onder de huidige, winterse omstandigheden klinkt het wellicht wat vreemd, maar toch moest ik denken aan afgelopen zomer. Meer in het bijzonder aan een briljante zomeravond. Zo eentje waarvan iedereen achteraf tegen elkaar zegt: “Mooie avond hè? Wij hebben nog úren buiten gezeten!”
Op deze prachtige zomeravond hadden wij inderdaad nog uren buiten gezeten. Op de terugweg naar huis kwamen we langs ons favoriete buurtcafé. Het was kwart voor één en het terras stond nog buiten én zat nog behoorlijk vol. Op en rond het terras hing een gemoedelijke sfeer. Zo eentje van: “Kijk ons hier nou toch eens lekker genieten, hier, op een briljante zomeravond, in Wereldstad Amsterdam.”
Een stukje verderop stond de eigenaar van het café met zijn armen over elkaar tevreden toe te kijken en we stopten even om een praatje te maken. “Tja,” zei hij. “Ik moet ze wel een beetje in de gaten houden, want voor je het weet heb je een bekeuring te pakken.” Maar ja, niemand maakte herrie en het was een briljante zomeravond.
Op dat moment liep er een buurman voorbij, met zijn hond. De buurman woonde een eind verderop, ergens waar geen terras was. “Die mensen mogen helemaal niet meer buiten zitten op dit tijdstip,” zei hij boos tegen de eigenaar. “Die hadden al lang naar binnen gemoeten.” En hij liep weer verder.
Ja, zo schiet het niet op natuurlijk.
De baas van het café haalde zijn schouders naar ons op, als om te zeggen: “Wat doe je eraan?” Toen zei hij: “Ik zal ze zo maar eens naar binnen sturen.” De briljante zomeravond was ten einde.
Nou ja, daar moest ik dus aan denken bij Cohens uitspraak dat Amsterdam niet truttig is. Waarbij ik moet zeggen dat ik best geloof dat hij gelijk heeft en dat Amsterdam inderdaad niet truttiger is dan andere wereldsteden.
Maar ja.
In de marketing leer je dat je, als bedrijf – en waarschijnlijk ook als mens trouwens – maar het beste kunt inzetten op de paar sterke punten die je hebt. Op die punten moet je in ieder geval de beste zijn én blijven, en zo trek je vanzelf die klanten – of andere mensen – waar jij geknipt voor bent. En die geknipt zijn voor jou.
Tja, als je het zo bekijkt.
De dingen die Amsterdam heeft, hebben andere wereldsteden ook, en vaak beter. Denk je mode, zeg je Parijs. Uitgaan: Londen. Creativiteit: Berlijn. En zelfs in het slecht managen van projecten als de Noord-Zuidlijn zijn we niet het beste. Daarvoor moet je naar Keulen.
Geen stad staat internationaal echter zo bekend om haar vrijheden en haar vrijgevochten burgers als Amsterdam. Kortom, hier hebben we iets unieks te pakken. En als je iets unieks te pakken hebt, dan moet je je daarin niet willen meten met anderen. Dan moet je de béste willen zijn. Dan moeten anderen zich met jóu willen meten.
Helaas is het echter zo dat vrijheid, ook in Amsterdam, zo sterk is als de zwakste schakel. Verhuizen, beste burgemeester, lijkt me dan ook de beste optie, voor u én de buurman. Gewoon verhuizen, naar een stad waar om negen uur ‘s avonds het licht netjes uitgaat.
