Donderdagavond bij de commissie welzijn was de Boekmanzaal afgeladen vol met de bewoners van de Nieuwmarkt. Ging het een maand geleden over hun buurthuis de Boomsspijker, dat in gevaar kwam door het failliet van Ysterk, deze keer was het de Pintobibliotheek die over een paar jaar moet verdwijnen.
Op voorstel van Joost Kircz die een werkgroep over de bieb had geleid moest de raadsleden maar eens vertellen wat hun band met dit onderwerp was. De mijne was meteen heel duidelijk: het principe van de buurt. Vanuit mijn betrokkenheid bij de buurten die ik heb, sinds ik voorzitter van het wijkcentrum d’Oude Stadt ben geweest, weet ik dat de Nieuwmarktbuurt een heel actieve buurt is.
In de 70′er jaren lag de buurt zwaar onder druk door de aanleg van de metro. Het toenmalige plan was om door de nieuwmarktbuurt een vierbaansweg naar het station aan te leggen, het verlengde van de Weesperstraat/Wibautstraat.
Hieruit is een actiegroep voortgekomen om de buurt te redden en met resultaat. Op de St. Anthoniebrug ongeveer bij het Pintohuis staat een standbeeld, om te herinneren dat vanaf daar de oude buurt gehandhaafd is. Het Pintohuis is het symbool van de geredde en herstelde buurt, maar nu dreigt het Pintohuis het slachtoffer te worden van de moderne terminals en grootschaligheid van de nieuwe bibliotheek aan het IJ.
Net zoals de Boomsspijker het slachtoffer dreigt te worden van Ysterk, een grootschalige welzijnsorganisatie die failliet is gegaan. Dat kan en mag niet gebeuren. De buurtvoorzieningen moeten blijven bestaan, ze hebben draagvlak, ze hebben veel vrijwilligers en er is veel persoonlijke aandacht.
Dat blijft belangrijk en is hard nodig.
