Het was uiteindelijk de jonge buurtbewoonster Roos die er in een gloedvol betoog in slaagde het grote belang van de Pintohuis als ontmoetings- en kennisplek over het voetlicht te brengen. Over hoe medewerkster Liesbeth haar op het spoor van Tonke Dragt en andere favoriete schrijvers zette en over hoe ‘thuis’ ze zich voelde bij de geur van oud hout die er hing. Ze benutte daarvoor een uitgekiend moment, toen de vergadering Welzijn en Onderwijs net even geschorst werd om de commissieleden in staat te stellen om weer eens met insprekers in gesprek te gaan. In de wandelgangen – je kunt er niet vroeg genoeg bij zijn – ving ik later nog een gesprek op dat ze had met enkele Pinto-vriendinnetjes over dat ze “anders zelf toch wel geld konden inzamelen ‘m open te houden?”.
Ik vrees dat het Roos niet zal lukken om uitsluitend met haar inzamelingsactie de toekomst van de bieb veilig te stellen. Ten eerste omdat de gemeente in al haar wijsheid ooit heeft besloten het eigendom, en daarmee een groot deel van de zeggenschap, uit handen te geven. Bovendien is het onhaalbaar om met een eenmalige inzameling het benodigde geld bij elkaar te krijgen. Wel raakte het betoog van Roos wat mij betreft een open zenuw van de deelraadspolitiek. Te vaak wordt uitgegaan van concepten waarin termen als haalbaarheid, doelmatigheid en, vaak in één adem, schaalvergroting de boventoon voeren.
Fout! Het is juist die rigide benadering die er keer op keer toe leidt dat voor de veiligste, op het oog meest controleerbare en politiek haalbare optie wordt gekozen. Dat blijkt in het geval van de Pintobieb, de aan- en uitbesteding van het welzijnswerk aan Ysterk en als we niet oppassen ook bij toekomstige projecten. En dat terwijl de binnenstad van Amsterdam, en met name de Nieuwmarktbuurt een civil society an sich is, om ook het kosmopolitische karakter ervan nog maar eens te onderstrepen. Hoe moeilijk kan vraaggericht beleid zijn in een buurt waar de vragen en wensen van mensen, bij wijze van spreken, op straat liggen? Blijf dicht bij die mensen, luister naar hun behoeften en speel daar als deelraad zo adequaat en inventief mogelijk op in. Kleinschaligheid is vaak het toverwoord.
Het voortbestaan van de Pintobieb zoals we die nu kennen kunnen ook wij helaas niet garanderen. Maar we kunnen wel beloven er alles aan te doen dat Roos over tien jaar nog altijd met veel plezier en dierbare herinneringen het Pintohuis kan bezoeken. En dat geldt uiteraard ook voor de vaste bezoekers van de Boomspijker, het Claverhuis en vele andere plekken waar jongeren, ouderen, bewoners en bezoekers elkaar treffen. Gewoon, door de menselijke maat niet uit het oog te verliezen en hand in hand met de betrokkenen op te trekken. Dat bespaart een hoop ongenoegen. En bakken vol geld.

[...] Dit blogartikel was vermeld op Twitter door D66 Amsterdam, Thijs Kleinpaste. Thijs Kleinpaste heeft gezegd: RT @d66amsterdam: Waarom is Roos boos? http://d66blog.nl/amsterdam/2010/01/15/roos-is-boos/ [...]