Door Joost Swanborn, bestuurslid communicatie D66 Amsterdam Binnenstad
Op 6 februari won Alexander Pechtold de Duidelijketaalprijs van het Taalcentrum-VU, een aan de Vrije Universiteit gelieerd communicatiebureau. Van de onderzochte Nederlandse politici krijgt hij zijn boodschap het beste over het voetlicht, blijkt uit onderzoek van ruim driehonderd televisieoptredens van de bekendste Nederlandse politici. Zowel tijdens persconferenties en praatprogramma’s als in spontane interviews spreekt hij helder en argumenteert degelijk. Daarnaast vaart hij een herkenbare eigen koers, en gebruikt een breed repertoire; zo wisselt hij soepel tussen humor en diepgang. Verheugend nieuws.
Ook op stads(deel)niveau is het belangrijk soms complexe politieke problemen te vertalen in voor iedereen begrijpelijke termen en voorbeelden. Hoe? Om te beginnen natuurlijk door verstaanbaar te articuleren (en niet, zoals Balkenende, te spreken over ’sjale parns’ (sociale partners), de ‘autobieldustrie’ (automobielindustrie) en ‘met de Kamerleden in bad gaan’ (met de Kamerleden in debat gaan’). Maar ook door woorden te kiezen waarmee je controleerbaar bent en verantwoordelijkheid neemt.
Aanspreken
In de politiek van de grote steden valt steeds vaker een merkwaardige combinatie te horen van ferme taal en gratuite frasen. Op een toon die geen tegenspraak of verder vragen duldt klinkt het dan bijvoorbeeld: ‘We gaan het gesprek aan.’ Dit gebeurt bijvoorbeeld met lastige jeugd. Er is nog één krachtiger sanctie dan ‘het gesprek aangaan’: ‘aanspreken’. Balkenende over jongeren die het Anne Frankhuis bekladden: ‘Dan zeg ik: gewoon aanspreken!’ Op dat ferme VOC-toontje. Nee, daar zullen ze van terugdeinzen, die ‘jongeren’. Zo sprak een Amsterdams bestuurder, op de vraag of ze zwervers wil dwingen tot het beteren van hun leven: ‘Het is van belang dat we ze stevig aanspreken.’ Goh, denk je dan: dat is mooi zeg. Blij dat ze dat zo stevig ‘uitspreekt in de richting van de dakloze.’ Maar wat is dat in ’s hemelsnaam, ‘aanspreken’?
Inzetten
Erg in de mode is ook ‘inzetten op’, voor de zekerheid door de spreker zelf vaak alvast voorzien van ’stevig’: ‘we gaan stevig inzetten op extra zorg’. Zo konden we al lezen: ‘We zetten in op de uitbreiding van zorgverlening en op verbetering van het voorkomen van overlast.’ Inzetten op uitbreiding. En inzetten op verbetering van het voorkomen. Als dat maar goed gaat, denk je dan.
Insteken
Ook viel te horen dat de politie van plan was op een zaak ‘te gaan insteken.’ Er was een tijd dat de hermandad optrad tegen mensen die instaken op anderen. De spreker had evengoed kunnen zeggen dat de politie ‘zijn ding ermee ging doen.’
Je zou er woest van worden als het niet zo onbedoeld geestig was, dergelijk holle prietpraat. Daarom zijn de Verboden Woorden van de maand: ‘aanspreken op’, ‘inzetten op’, en ‘insteken op’. Laat het ons weten als u ons er op betrapt!
