Het nieuwe politieke seizoen staat voor de deur. Vanaf morgen beginnen de vergaderingen van de deelraad weer. We zullen de komende tijd beslissingen moeten gaan nemen over veel belangrijke en serieuze onderwerpen. Denk aan de noodzakelijke bezuinigingen die nu concreet moeten worden gemaakt. Er zal duidelijkheid moeten komen over de financiën van het stadsdeel, want mogelijk erven we nog wat nieuwe tegenvallers van het “oude” stadsdeel Oud-Zuid. Ook gaan we de discussie aan over wat het nieuwe bestuur in Amsterdam Zuid nu wilt op het gebied van de Wet Maatschappelijk Ondersteuning (WMO), armoedebeleid, inburgering, jeugd en sport: wat we het “Sociaal Domein” noemen. Op basis van de uitkomst van deze discussie worden dan vanaf 2011 de subsidies verstrekt.
Het zogenaamde ‘concept-beleidskader Sociaal Domein’ is inmiddels te vinden op de website van stadsdeel Zuid, en van 25 augustus tot 6 oktober kunnen mensen die dat willen reageren op het stuk. Pas daarna (in november) is de deelraad aan zet. Fractievoorzitter Henk Boes van het CDA loste afgelopen weekend wel alvast een schot voor de boeg, en wel over het subsidiëren van religieuze activiteiten en instellingen. Op zijn weblog en in het Parool zei hij het volgende: ‘Schokkend dat niet het werk van religieuze instellingen bepalend is voor het ontvangen van subsidie, maar hun grondslag’. En: ‘sinds het CDA niet meer in het bestuur zit, is de teneur religies in de ban te doen.’ Interessante opmerkingen, die echter meer voort lijken te komen uit de profileringsdrang van de voormalige bestuurspartij dan uit oprechte verontwaardiging na het lezen van het stuk van het Dagelijks Bestuur.
Duidelijk is namelijk dat de heer Boes het stuk niet helemaal gelezen heeft. Wat het Dagelijks Bestuur van Amsterdam Zuid zegt (pagina 9) is het volgende:
‘Uitgangspunt is dat het stadsdeel de scheiding tussen kerk en staat eerbiedigt. Het stadsdeel subsidieert daarom geen religieuze activiteiten en instellingen. Wel kunnen bepaalde activiteiten van religieuze organisaties eventueel in aanmerking komen voor subsidie wanneer deze passen binnen het beleidskader en er nadrukkelijk geen missiewerk wordt verricht. Ook kan het stadsdeel indien nodig religieuze instellingen ondersteunen in het kader van openbare orde en veiligheid. Centraal staat hierin de taak van de overheid om de veiligheid van burgers te waarborgen en niet het ondersteunen van religieuze activiteiten als zodanig.’
Met andere woorden: juist het werk van religieuze instellingen is bepalend, en niet hun grondslag. Religieuze instellingen kunnen net als andere instellingen in aanmerking komen voor subsidie van werk dat bijdraagt aan het oplossen van bepaalde problemen. Zij hebben echter geen streepje voor omdat ze een religieuze grondslag hebben. En wat we niet meer doen is het subsidiëren van religieuze activiteiten en zendingswerk, omdat dat niet de taak van de overheid is. Wat is daar zo schokkend aan?
Laten we hopen dat de discussie in de deelraad een stuk zorgvuldiger wordt gevoerd.
